top of page
Onderzoek

 Foto: Marc Bolsius  

 

Monitoring
Bij het monitoren van raven staat altijd het welzijn van de (ouder)vogels en hun jongen voorop. Er wordt rekening gehouden met de juiste omstandigheden en momenten waarop bezoek aan (broed)territoria wordt afgelegd. 
Bronnen van informatie voor een actief ravenpaar zijn (collega) vogelaars, terreinbeheerders en waarneming.nl. Bij de laatste met name de meldingen waarbij sprake is van 1-2 raven ter plekke (het liefst meerdere keren per periode gemeld).

 

Aspecten die kunnen helpen raven te vinden en te monitoren in verschillende fases:
1. nestgebied

  • de raaf prefereert in Nederland oude bospercelen met naaldbos zonder tweede boomlaag of struiklaag;

  • bij nestgebied zijn hoge zit/-rustplekken en er is vaak een open vlakte (weiland, heide), veelal grenzend aan die hoge zitposten;

  • meestal is er water(plas) in de buurt en kans op voedsel aanwezig;

  • menselijke activiteit kan vaak positief zijn (betekent voedsel!); 

  • de afstand tussen (bezette) nesten van verschillende paren varieert tussen 3-10 km. Dit wordt mede bepaald door het voedsel aanbod.

2. nesten

  • nestbomen kunnen divers zijn, maar er is voorkeur voor grove den en douglas;

  • er wordt regelmatig gebruik gemaakt van oude havik- en buizerdnesten, deze worden uit- en opgebouwd;

  • in kleinschalig cultuurlandschap wordt vaak genesteld in hoogspanningsmasten. Gebruik van kraaien- en boomvalknesten;

  • nesten zijn herkenbaar aan dikke kromme takken en (vrijwel altijd zichtbare) plukken wol/textiel of andere rotzooi;

  • nesten vaak jaren achtereen in gebruik. Bij 'nieuwbouw' is dit vaak in hetzelfde territorium; 

  • nesten zijn niet zelden slecht verankerd, waardoor ze relatief vaak uit de boom vallen/waaien;

  • raven kunnen overgaan tot 2e leg/nieuw nest na mislukken van het 1e in een vroeg stadium.

3. gedrag oudervogels

  • voor de eileg zijn raven zeer luidruchtig en prachtig in de balts en het daarbij horende zingen. Er wordt onderling veel “gepraat’; 

  • in de eifase zijn raven erg stil en het is lastig om dan het nest te vinden (waak-raaf en nest-raaf); 

  • raven zijn storingsgevoelig in de eifase. Niet klimmen in die fase, beperkt monitoren en op afstand blijven; 

  • het ouderpaar is luidruchtig in jongenfase. Er zijn voedselvluchten. Het nest en en de nestboom kleuren ‘wit’ en om nestboom zitten poepspetters.

4. broedbiologie

  • baltsperiode januari-februari (soms zelfs al in december). Spectaculair en raven zijn sterk vocaal. Goede periode voor territoria en nesten.

  • de eileg is gemiddeld vanaf 3e/4e week februari. Vroegst bekend: 09-02. Laatst bekend: 06-04;

  • één broedsel per jaar, meestal 2-6 eieren. Bij vroeg mislukken kan er een vervolglegsel plaatsvinden;

  • de broedduur is ca. 21 dagen, de nestjongenperiode is ca. 45-50 dagen. Ringen omstreeks dag 25-30 (gem. half-eind april); 

  • het familieverband blijft nog lang (tot wel 3 maanden) intact;

  • uitgezworven jongen verblijven vaak in “adolescente groepen” waar ze hun partner ontmoeten (oa Veluwe).

 Foto: Roelof IJpij  

(Kleur)ringen en afnemen van biometrie

Bij de raaf worden nestjongen geringd en wordt biometrie afgenomen.

Hierdoor wordt inzicht verkregen in de conditie, overlevingskansen en verspreiding van jongen na het uitvliegen. Een meting van de jongen in de nestfase geeft inzicht in het broedsucces in die fase en in de conditie van de jongen op dat moment. De metingen maken het mogelijk de groei van de jongen en de verliezen in de jongenfase in beeld te brengen.
 

De metalen ringen (rvs; 13mm) worden geregistreerd en verstrekt door het Vogeltrekstation (VT). De meetgegevens worden vastgelegd in de GRIEL-database van het VT.

De kleurringen (13mm) bij de raaf zijn oranje en voorzien van een zwarte inscriptie die bestaat uit een letter en 2 cijfers, bijvoorbeeld F36.

 

De Ravenwerkgroep Nederland is in 2013 in heel Nederland gestart met kleurringproject S034-raaf (projectnr. 1080 bij VT).

Door kleurringen te gebruiken, die gemakkelijker in het veld af te lezen zijn in vergelijking met metalen ringen, worden terugmeldingen verkregen die inzicht geven in:

  • verspreiding van de (jonge) raven alsmede terreingebruik en foerageer- en rustplekken;

  • overleving; natuurlijke en onnatuurlijke sterfte;

  • nest- en broedgedrag als een gekleurringde raaf onderdeel uitmaakt van een broedpaar;

  • geslachtsgebonden gedrag als het geslacht bekend is (zie geslachtonderzoek).

 

Afgelezen kleurringen kunnen worden teruggemeld bij het Vogeltrekstation en CR-Birding Submit (Sovon).

Geslachtsonderzoek

In 2020 is de Ravenwerkgroep Nederland, in samenwerking met de opleiding Life Sciences van Hogeschool Utrecht, gestart met een geslachtsonderzoek bij nestjonge raven. 
Op uiterlijk zijn raven (ook adulten) niet te onderscheiden naar geslacht.

Tijdens het ringen wordt veermateriaal bij de nestjonge raven afgenomen. Hieruit wordt DNA geïsoleerd en via een moleculair biologische methode (PCR) wordt het geslacht bepaald. 

 

Het doel om dit onderzoek te doen is 2-ledig:

  1. door het bepaalde geslacht te koppelen aan afgenomen biometriematen (of combinaties) wordt gehoopt een significante correlatie te vinden tussen geslacht en een bepaalde biometriemaat(en). Indien dit lukt, is het in de toekomst mogelijk het geslacht van nestjonge raven te bepalen door die specifieke biometriemaat(en) te meten;

  2. indien het geslacht bekend is, kan het gedrag van die raaf, indien die gekleurringd is, gevolgd worden. Bijvoorbeeld als die deel uitmaakt van een broedpaar.

 

Zenderonderzoek

In 2020 is het project 'Onderzoek naar het terreingebruik van juveniele en subadulte raven en naar het lokaliseren van wolvenprooien door raven (Corvus corax) op de Veluwe' gestart. Het project is een initiatief van ARK Natuurontwikkeling, Wageningen Universiteit, Sovon en de Ravenwerkgroep Nederland.

Door raven te voorzien van GPS-loggers kan er voor het eerst in Nederland onderzoek gedaan worden naar de verblijfplaatsen en het terreingebruik van jonge raven op de Veluwe. Ook biedt het een mogelijkheid om het (foerageer)gedrag van de raven beter te bestuderen en meer te leren over de samenwerking tussen wolf en raaf. 

 Foto: Mariëlle van Uitert  

bottom of page